Alles over Almere Buiten

Keijzertje - Edwin serveert

23-11-2017

‘Ach mevrouw, mijnheer, de nieuwe tegels kunnen gewoon over de oude heen geplakt hoor!’, verzekerde ons de gladgekamde verkoper. 
Maar Edwin de aannemer schudde een week later bedachtzaam het hoofd.
Op die manier zou er geen ruimte overblijven voor de afvoer naar de vuilwaterbuis.
Extra kosten bracht dit niet met zich mee.
Drie weken en een dag is Edwin bezig geweest om de oude badkamer eruit te slopen en de nieuwe erin te plaatsen.
Drie weken lang heb ik hem voorzien van koffie, soep en Coca-Cola.  
Edwin was groot, ietwat te dik en bijzonder attent in het geven van adviezen, waardoor de badkamer er uiteindelijk nog mooier uitzag dan in de showroom.
Tijdens een van onze koffiepauzes vroeg ik hem hoe zijn bedrijfje ervoor stond.
Het ging hem goed. De crisis van 2008 had hij ternauwernood overleefd, maar zijn agenda stond alweer maandenlang vol met klussen.
‘Ach meneer, ik verdien momenteel goed mijn brood, alleen het lichaam begint te protesteren, begrijpt u? Het is toch zwaar werk. Ik word volgende maand alweer vijftig. Ik zal u wel vertellen dat ik dit werk echt niet tot mijn vijfenzestigste volhou.
Het zijn m’n knieën en mijn rug, begrijpt u?’
Ik begreep het. En hoopte van harte dat hij pas na de verbouwing ineen zou storten.
‘Voor m’n pensioen sparen heb ik nog niet voor elkaar gekregen. En van de bijstand kan ik dat mooie huis niet meer betalen.’
Edwin woonde in de stripheldenbuurt. Vrijstaand maar liefst.
‘Het zal er bij u thuis wel fraai uitzien.’
‘Valt wel mee hoor. Na een dag zwoegen kan ik weinig anders meer dan met mijn benen omhoog op de bank liggen.’
Edwin vertelde mij bezig te zijn met het oprichten van een adviesbureau voor jonge aannemers.
Vlak na het moment dat de afbraak voorbij was en de heropbouw een aanvang had genomen, kwam hij met zware stappen de trap af.
‘Ik heb slecht nieuws, meneer. Schiet er een kruiskoppeling uit mijn handen en die valt in de vuilwaterpijp. Kan ik niet zo laten, want dan komt u met verstopping te zitten.’
Uit zijn bedrijfsbus trok hij een pak tevoorschijn, dat hij aantrok. Vervolgens manoeuvreerde hij zijn zware lichaam de kruipruimte in. In rugligging zagend en sleutelend, waarbij ik hem bijlichtte en allerlei gereedschap aangaf, lukte het hem om de kruiskoppeling tevoorschijn te brengen.
‘En nou nog terug, als ik dat lichaam van me tenminste nog in beweging krijg.’
Moeizaam begon hij in de richting van de opening van de kruipruimte te schuiven.
Het zal je toch maar gebeuren dat het hem niet lukt, dacht ik in stijgende paniek.
Dan zal de halve vloer van de hal eruit gedrilboord moeten worden. Ik zag het al driedimensionaal en in technicolor voor me. Borende mannen met maskers en helmen. Ambulanciers en brandweerlieden elkaar verdringend op de randen van de weg geboorde vloer. Stof en gruis door het hele huis.
Maar daar verscheen Edwins forse kop boven de rand. Zijn gezicht zag eruit alsof hij al veel langer onder de grond had gelegen.
Nadat ik hem uit het pak en op de driezitsbank in de woonkamer had geholpen en hem van een drankje had voorzien, slaakte hij een diepe zucht.
Hou nog even vol, dacht ik, alle tegels moeten nog op vloer en muren worden aangebracht, al het sanitair nog worden geïnstalleerd. Wij wilden geen andere aannemer, wij wilden Edwin.
Het lukte hem om de klus te klaren, en dat binnen de door hem aangeven tijd.
Tijdens een van de laatste dagen kwam hij met zware tred de trap afdalen.
In zijn rechter handpalm droeg hij een forse vloertegel, alsof het een schaal met een exclusief gerecht betrof. Op de tegel lagen drie streepjes wit, grijs en donkergrijs voegsel.
Inmiddels tutoyeerden wij elkaar.
‘Heb je misschien een rietje om het op te snuiven?, vroeg ik.
Nadat mijn vrouw en ik de door ons gewenste kleur voegsel hadden aangewezen, gingen we aan de koffie.
‘Je presenteerde het zo professioneel, dat ik me afvraag of een baan als ober in de horeca niet wat voor je is. Dan hoef je niet meer zo vaak door de knieën.’, opperde ik.
Edwin dacht hier even over na.
‘Ach mijnheer, dat zou misschien wel kunnen, maar weet u, ik ben een lekkerbek.’
Hij klopte zich op zijn uitpuilende buik.
‘Ik ben iemand die onderweg van de keuken naar de tafel overal een hap van zou nemen. En dat krijgen de klanten toch in de gaten.’
Wij knikten. En keken uit naar de volgende dag, wanneer we die prachtige badkamer in gebruik mochten nemen.

 

Gilbert Keyzer